Ethiek

Draagmoederschap

 

JONGCD&V is voor altruïstisch draagmoederschap en sluit commercieel draagmoederschap uit. Draagmoederschap wordt beperkt tot hoogtechnologisch draagmoederschap met genetisch verwantschap met minstens één wensouders. JONGCD&V wil wel laagtechnologisch draagmoederschap toepassen indien er een familiale band is tussen de draagmoeder en een wensouder. JONGCD&V vindt dat enkel wensouders die zelf omwille van fysieke of medische redenen geen kinderen kunnen krijgen beroep kunnen doen op een draagmoeder.

 Voor JONGCD&V wordt de afstammingsband van het kind met de ouders best via een preconceptieve machtiging door de familierechtbank bepaald. Het kind wordt in dit geval onmiddellijk na de geboorte toegewezen aan de wensouders, die beide – of minstens een van hen – een genetische band met het kind hebben. Dit geeft meer rechtszekerheid aan zowel draagmoeder als de wensouders.

 Om de rechtszekerheid voor alle betrokkenen te garanderen, opteren de CD&V-jongeren tegen een bedenkingsrecht voor de draagmoeder.

 JONGCD&V vraagt aan de toekomstige fertiliteitscentra om, net als de bestaande centra, interdisciplinaire teams samen te stellen om de draagmoederschap te begeleiden.

 

Bron: Congres Ethica (2016)
 

 Euthanasie

 

Bij meerderjarigen moet euthanasie mogelijk zijn in het geval van medisch uitzichtloos, aanhoudend en ondraaglijk fysiek en/of psychisch lijden, inclusief bij hersenaandoeningen die de wilsbekwaamheid aantasten, zoals dementie.

Dementie op zich is geen voldoende motivatie om te kiezen voor euthanasie, maar een cerebrale aandoening kan de keuze niet langer in de weg staan wanneer iemand bijvoorbeeld wil vastleggen in een bepaalde fase van een terminale ziekte, die tot ondraaglijk lijden zal leiden, euthanasie te willen.

 

Bron: Congres Ethica (2016)
 

 Euthanasie bij minderjarigen

 

Voor JONGCD&V moet euthanasie ook bij minderjarigen mogelijk zijn in het geval van medisch uitzichtloos, aanhoudend en ondraaglijk fysiek lijden (dus niet in geval psychisch)  en indien alle zinvolle behandelingen zijn toegepast.

 

Bron: Congres Ethica (2016)
 

 Abortus

 

JONGCD&V wil een versoepeling van de abortuswet. De termijn voor een abortus moet worden verlengd van 12 naar 20 weken. 20 weken is dan vastgesteld op wetenschappelijke basis. Vanaf dan kan een vrucht levensvatbaar. De rest van de wet blijft behouden, met andere woorden: na 20 weken is zwangerschapsverlof nog mogelijk volgens de huidige voorwaarden van een zwangerschapsafbreking na 12 weken. Ook de andere huidige voorwaarden blijven behouden. Indien de vader gekend is, moet hij bij het beslissingsproces betrokken worden, maar mag hij geen doorslaggevende rol hebben.

 

JONGCD&V pleit daarnaast voor meer flankerend beleid bij zowel het verder zetten van de zwangerschap als bij zwangerschapsafbreking. Dit houdt in dat er vanuit de overheid meer informatie moet gebeuren in verband met abortus, alternatieven voor zwangerschapsonderbrekingen (adoptie…), mogelijke bijwerkingen (bijvoorbeeld post abortus syndroom), maar ook rond seksuele voorlichting. We willen correcte en volledige informatie over abortus verplicht maken in de eindtermen secundair onderwijs. De scholen mogen kiezen in welke graad ze de lessen gaan geven. De overheid kan dit ook doen via informatiekanalen in de gezondheidszorg etc. Deze maatregelen hebben tot doen vrouwen voldoende te informeren en te begeleiden bij de keuze voor eventuele zwangerschapsafbreking als bij het verder zetten van de zwangerschap.

 

Bron: Congres Ethica (2016)
 

 Prostitutie

 

JONGCD&V vindt sekswerk niet noodzakelijk problematisch en pleit daarom voor een decriminaliseringsmodel voor sekswerk vanaf 18 jaar. Voor JONGCD&V is een sterk uitgewerkte rechtspositie voor de sekswerker hierin belangrijk.

 

Bron: Congres Ethica (2016)
 

Deze website maakt gebruik van bestanden (zoals cookies) en andere technologieƫn. Door verder te surfen stemt u in met het gebruik hiervan. Meer informatie